Een, twee, drie. Punt. Nul.
Onderzoekers beginnen altijd met definities. Definities zijn handig omdat we op die manier weten dat iedereen het over hetzelfde heeft. Het is niet onverstandig om te beginnen met de herkomst van alle 1.0, 2.0 en 3.0 toevoegingen achter organisaties en beroepen. Het begint bij Web 1.0, Web 2.0 en Web 3.0.
Web 1.0: Het internet als flyer
Web 1.0 is een woord wat pas werd gebruikt toen Tim O’Reilly in 2005 de term web 2.0 introduceerde. Web 1.0 geeft aan dat internet in haar beginjaren eigenlijk niets meer dan een online flyer was. Bedrijven en organisaties hadden een website waarin ze vertelden wat voor soort organisatie ze waren en de consumenten, die konden lezen wat er op die site stond. Web 1.0 staat voor statische sites, niet-interactieve sites en applicaties die een eigenaar hebben.
Web 2.0: Het internet wordt interactief
Web 2.0 is goed te begrijpen, wanneer het wordt vergeleken met web 1.0. In plaats van de reclamefolder zijn Web 2.0 sites niet statisch; het zijn blogs waarop steeds nieuwe informatie wordt gezet. Web 2.0 sites zijn interactief, bezoekers kunnen reacties plaatsen en gezamenlijk kunnen encyclopedieën met veel onzin of zonder veel onzin worden gemaakt. Daarbij is een web 2.0 applicatie een open source applicatie (bijvoorbeeld Firefox) waarbij iedereen de applicatie kan gebruiken en kan bewerken.
In het kort is bij web 2.0 de gebruiker steeds meer centraal komen te staan en heeft hiermee een actieve rol in het maken van eigen media op YouTube, Flickr of op een eigen blog. Zoals de experts zeggen; web 2.0 is de verschuiving van een informatief internet naar een interactief internet.
Web 3.0: Apparaten op het internet
Over web 3.0 bestaat nog veel discussie. Het wordt het semantische web genoemd, maar ook het Future Internet (link naar een filmpje) en Internet of Things (link naar een ander filmpje). In web 3.0 zijn apparaten gekoppeld aan het internet, waardoor ook apparaten (‘dingen’) informatie kunnen toevoegen aan het internet. Zo voegt een mobiele telefoon met GPS een locatie toe aan bijvoorbeeld een foto.
In web 3.0 wordt data van gebruikers en apparaten aan elkaar gekoppeld, wat veel nieuwe diensten mogelijk maakt. Van een reclamebord a la Minority Report dat je vertelt dat je favoriete merk een nieuwe soort spijkerbroek heeft gelanceerd tot een internet applicatie die hulpdiensten kan vertellen hoeveel mensen er op een bepaalde locatie zijn met behulp van de GPS applicaties op mobiele telefoons. Uitdagingen binnen web 3.0 zitten vooral in de sfeer van privacy, want wil je eigenlijk wel dat een reclamebord weet waar je bent?

